Er was eens een arme molenaar die opschepte dat zijn dochter stro tot goud kon spinnen. De koning hoorde dit en liet haar naar het kasteel brengen. Daar sloot hij haar op in een kamer vol stro en gaf haar één nacht om het in goud te veranderen, anders zou ze sterven. Wanhopig begon het meisje te huilen. Plots verscheen een klein, vreemd mannetje. Toen ze hem haar probleem vertelde, bood hij zijn hulp aan in ruil voor haar halsketting. Ze stemde toe en hij spinde het stro tot goud. De volgende ochtend was de koning onder de indruk, maar hij gaf haar een nog grotere kamer vol stro. Weer verscheen het mannetje, ditmaal vroeg hij haar ring. Ze gaf hem die, en opnieuw veranderde hij alles in goud. Op de derde nacht stond ze voor nóg meer stro, maar had niets meer om te geven.
Het mannetje stelde voor: in ruil voor haar eerstgeboren kind zou hij haar opnieuw helpen. In paniek stemde ze toe. Ook deze keer was alles goud, en de koning maakte haar tot koningin. Jaren later, toen ze haar eerste kind kreeg, kwam het mannetje zijn beloning opeisen. De koningin smeekte om genade. Hij gaf haar drie dagen om zijn naam te raden. Ze probeerde talloze namen, zonder succes. Op de derde dag stuurde ze een koerier het bos in, op zoek naar aanwijzingen.
Vroeg in de ochtend reed de koerier door het slaperige dorp. Mist lag als een dikke, vochtige deken over de straten en de geuren van nat gras en dampende aarde drongen zijn neus binnen. Zijn handen klemden het stuur; elke stap van passerende wandelaars en het gerinkel van een fietsbel deed hem opschrikken.
Hoeveel zijdelingse afstand moet je laten met fietsers in de bebouwde kom?
Langs de mistige straten voelde hij de koude lucht in zijn longen trekken terwijl de contouren van fietsers langzaam vervaagden als schimmen. Uit het grijze waas doemde plots een zwaar beladen auto op. De lading stak gevaarlijk naar voren uit en wiebelde alsof elk moment alles kon kantelen. Zijn hart sloeg sneller.
Hoe ver mag een lading aan de voorzijde maximaal uitsteken?
Bij een kruispunt vertraagde de koerier instinctief. De mist hing zwaar over de bijna lege straten, waardoor hij elk vaag bewegend voertuig scherp in de gaten moest houden. Zijn schouders spanden zich aan terwijl hij de afslag naderde en hij zich bewust was van elk detail in de nevel.
Welk licht moet hij gebruiken om af te slaan?
Hij zette zijn richtingaanwijzer aan en liet zijn snelheid zakken. Terwijl hij langzaam het kruispunt passeerde, volgde zijn blik elk detail: de trilling van een ritselende tak, het schimmen van een vogel, een glinstering van nat metaal.
Waar moet hij kijken om veilig te blijven rijden?
Hij reed rustig verder en plots klonk een doffe klap door de mist! Door de hevige nevel zag hij niet meteen wat er gebeurd was, tot hij voor zich een auto zag die tegen zijn voorligger stond. De bestuurder sprong gehaast uit, rende het veld in en verdween volledig in de mist, alsof hij erin opgeslokt werd. Zijn hart bonsde in zijn keel, adrenaline gierde door zijn lijf.
Hoe heet het als iemand na een ongeluk vlucht?
De koerier wilde stoppen en de andere bestuurder helpen, maar een drang die sterker was, trok hem verder: hij moest de naam van het mysterieuze mannetje achterhalen. Met een diepe zucht drukte hij het gaspedaal in. De stad vervaagde achter hem en de weg leidde het bos in. Het woud rees om hem heen als een massieve, donkere muur; mist kringelde tussen de stammen en verschool alles wat verderop lag. Het zicht kromp tot nog geen 100 meter, het schemerige licht van zijn lichten sneed door de nevel.
Welk licht is verplicht bij mist?
Tussen de hoge bomen doemde plots een rotonde op, bijna als een open plek in een dicht woud. De koerier moest de tweede afslag nemen die hem dieper het bos in zou leiden. Terwijl hij langzaam dichterbij kwam, keek hij alert om zich heen en zocht hij naar iets, elk teken of voorwerp dat hem informatie kon geven over het mysterieuze mannetje. Het gekraak van takken onder zijn wielen versterkte de spanning.
Moet hij zijn richtingaanwijzer gebruiken?
Hij reed verder en bleef scherp om zich heen kijken, zoekend naar elk teken dat hem iets kon vertellen over het mysterieuze mannetje. Na lange tijd trok de mist langzaam op en kon hij iets verder zien, maar diep in het bos was het schemerig en donker. De onderdrukte stilte en het zachte geritsel van de bomen maakten hem nog zenuwachtiger. Zijn hoop begon te wankelen; zou hij de naam van het mannetje ooit vinden?
Welke lichten moet hij aanzetten bij zonsondergang?
Niet veel later kwam hij achter een langzaam voertuig terecht, dat zich traag door de bochtige weg wurmde. Zijn hart trok samen van lichte frustratie, maar hij wist dat haast gevaarlijk was. Voor hij inhaalde, wilde hij het andere voertuig veilig waarschuwen.
Welk signaal mag hij gebruiken?
Hij keek rondom zich, elke beweging en elk geluid afspeurend, op zoek naar iets dat hem iets kon leren over het vreemde mannetje. Hij zag niets en begon te panikeren. Het bos om hem heen werd steeds donkerder, pikdonker nu en zijn dimlichten gaven nauwelijks licht. Om beter te kunnen zien schakelde hij zijn grootlichten aan, terwijl zijn ogen onophoudelijk de omgeving aftastten, hopend elk teken op te vangen dat hem zou helpen de naam van het mannetje te achterhalen.
Wanneer moet hij zijn grootlichten doven?
In de verte flakkerde een zwak, onrustig licht tussen de bomen. Zijn hart sloeg een slag over. Wat is dat licht? Zou het hem werkelijk iets kunnen vertellen over de naam van het mysterieuze mannetje? De spanning greep hem bij de keel en zijn handen klemden zich instinctief om het stuur. Elke seconde leek te wegen als minuten. Geruisloos gleed de auto verder, terwijl het zachte gegrom van de motor zich mengde met de dreiging van het donkere bos. Om hem heen klonk plots een traag, spottend kinderliedje tussen de bomen, alsof het licht en het geluid hem op de proef stelden. Zijn ademhaling versnelde. Dit moment voelde belangrijk, misschien wel doorslaggevend.
Maar of hij de naam van het mysterieuze mannetje ooit te weten kwam, dat is een verhaal voor een andere keer.