Leestijd: ±7 min
Oooooh, kijk nu! De openbare weg is niet zomaar één grijze strook asfalt het is een puzzel van rijstroken, bermen, fietspaden en meer. Elk stukje heeft zijn eigen regels… en die moet jij kennen als je straks zelf achter het stuur zit. De wegcode legt het uit soms duidelijk, soms ingewikkeld en soms gewoon… níet. Geen zorgen: ik, Professor Wegcode, leg het je uit zoals het hoort. Simpel en helder. Zet je verkeersbril op, dan kijken we samen hoe de weg in elkaar zit!
Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.
Stel je de openbare weg voor als de ruimte waar alle weggebruikers zich veilig kunnen verplaatsen. Elk deel van de weg heeft een specifieke functie.
Dit omvat onder andere:
De openbare weg loopt tot aan gebouwen, tuinen of hekken.
Art. 2 I 1 : het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.
Art. 2 I 2 : elk deel van de rijbaan dat in haar langsrichting verdeeld is door één of meer witte doorlopende of onderbroken strepen.
Samenvatting van Art. 2 I 5 : op een gewone openbare weg (dus niet op autosnelwegen of autowegen): de strook langs de rijbaan die duidelijk wordt afgebakend door een doorlopende witte streep en die bedoeld is voor het parkeren van voertuigen.
Art. 2 I 8 : het deel van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, het trottoir is verhard en te onderscheiden van de andere gedeelten van de openbare weg.
Samenvatting van Art. 2 I 13 : het deel van de openbare weg dat de rijbanen in tegengestelde rijrichting van elkaar scheidt en dat kan bestaan uit gras, beton of een andere fysieke afscheiding.
Goed zo! Je kent nu de belangrijkste delen van de openbare weg, zoals de rijbaan, rijstroken en het trottoir. Maar naast de rijbaan ligt vaak nog een ander belangrijk gedeelte dat geen deel uitmaakt van het verkeer zelf. In het volgende deel bekijken we de bermen.
Samenvatting van Art. 2 I 11 : een strook naast de rijbaan die niet bedoeld is voor verkeer of parkeren en die op hetzelfde niveau ligt als de rijbaan. Meestal een grasstrook, vaak gebruikt als buffer tussen rijbaan en voet- of fietspad.
Samenvatting van Art. 2 I 12 : een opgehoogde strook langs de rijbaan, zoals een grasberm of beplante zone, die niet gebruikt wordt voor verkeer en duidelijk hoger ligt dan de rijbaan. Ze dient vaak als afscheiding of bescherming.
Mooi! Je weet nu wat bermen zijn en waarvoor ze dienen. Niet elke strook naast de rijbaan is echter een berm: sommige delen zijn speciaal ingericht voor fietsers. In het volgende deel ontdek je de verschillende fietsvoorzieningen.
Samenvatting van Art. 2 I 7 : het deel van de openbare weg dat wordt gesignaleerd door het verkeersbord D7 of door de wegmarkeringen van twee evenwijdige onderbroken lijnen. Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan.
Let op:
Volgens de wegcode maakt een fietspad geen deel uit van de rijbaan. Je mag er dus normaal niet op rijden. Toch kan het in de praktijk soms gebeuren dat je het tijdelijk moet gebruiken.
Een strook op de rijbaan voor fietsers, maar andere voertuigen mogen er ook op rijden.
Ik daag je uit, leerling-bestuurder: maakt een fietspad deel uit van de rijbaan?
Prima! Je begrijpt nu waar fietsers wel en niet thuishoren op de openbare weg. Naast gewone rijstroken en fietspaden bestaan er ook bijzondere elementen die het verkeer sturen, scheiden of afremmen. In het volgende deel bekijken we deze speciale rijbaanelementen.
Samenvatting van Art. 2 I 18 : een markering of verhoging op de rijbaan die ervoor zorgt dat bestuurders in een bepaalde richting rijden of hun rijlijn behouden. Dit kan verf op de weg zijn, een verhoogd eiland of een combinatie van beide en dient om het verkeer te leiden of te scheiden.
Art. 2 I 17 : de gehele of gedeeltelijke kruising van de openbare weg door een of meer buiten de openbare weg aangelegde sporen.
Art. 2 I 9 : een verhoogde aanleg die dwars op de openbare weg is aangebracht en die bestemd is om de snelheid te matigen.
Goed bezig! Je hebt geleerd hoe bepaalde elementen het verkeer in goede banen leiden. Maar wat als er iets misloopt of een voertuig in nood is? In het volgende deel leer je alles over noodvoorzieningen.
Art. 2 I 4 : op een autosnelweg of een autoweg, de strook gelegen rechts van de rijbaan, de busbaan of de spitsstrook.
Een breder vak in de pechstrook langs de autosnelweg, bedoeld om voertuigen veilig te laten stoppen en meer ruimte te bieden bij noodsituaties.
Een strook bedoeld om voertuigen met remproblemen tot stilstand te brengen. Enkel aanwezig op steile hellingen of gevaarlijke bochten.
Sterk! Je weet nu waar voertuigen terechtkunnen bij pech of noodsituaties. Sommige rijstroken hebben echter geen vaste functie en kunnen veranderen naargelang de verkeersdrukte. In het volgende deel ontdek je deze dynamische rijstroken.
Een strook die, afhankelijk van de verkeersomstandigheden, kan worden gebruikt als rijstrook of pechstrook.
Samenvatting van Art. 2 I 3 : deel van de openbare weg afgebakend door twee paren onderbroken lijnen aan weerszijden van de rijbaan, die de denkbeeldige rand van de rijbaan aanduiden.
Art. 2 I 6 : de strook gelegen langs de middenrijbaan. De zijdelingse strook maakt geen deel uit van de rijbaan.
Een busstrook is een rijstrook die voorbehouden is voor bussen. Deze strook maakt geen deel uit van de rijbaan.
Andere voertuigen zoals schoolbussen, taxi's, fietsen, bromfietsen en motorfietsen mogen de busstrook gebruiken alleen wanneer dit is aangegeven met een pictogram op het verkeersbord.
Auto's mogen de busstrook enkel gebruiken om:
Een deel van de rijbaan voorbehouden voor trams en bussen.
Andere voertuigen zoals schoolbussen, taxi's, fietsen, bromfietsen en motorfietsen mogen de bijzondere overrijdbare bedding gebruiken alleen wanneer dit is aangegeven met een pictogram op het verkeersbord.
Auto's mogen de bijzondere overrijdbare bedding enkel gebruiken om:
Opgepast:
Vanaf 1 juni 2027 worden de bijzondere overrijdbare bedding en de busstrook samengevoegd tot één busbaan.
Een strook voorbehouden voor voertuigen met minstens 2 of 3 inzittenden, bussen, taxi's en motorfietsen.
Knap werk! Je kent nu de belangrijkste onderdelen van de openbare weg en begrijpt hoe ze van elkaar verschillen: van rijbaan en berm tot fietspaden, bijzondere rijstroken en noodvoorzieningen. Dit is essentiële kennis voor het theorie-examen Rijbewijs B! Met deze basis zit je goed om fouten te vermijden en om zelfverzekerd naar het volgende onderwerp te gaan.
Klaar om verder te gaan met je theorie-examen Rijbewijs B? Je kunt naar de volgende of vorige les gaan om nog meer over de wegcode te leren. Voel je avontuurlijk? Test dan je kennis met het openbarewegspel of duik meteen in het proefexamen om te zien hoe goed je al bent voorbereid.