Leestijd: ±8 min
Oooooh, ja hoor! Niet elke openbare weg is hetzelfde. Er zijn er in allerlei soorten, met verschillende snelheden. Van gewone straten tot fietszones en van erven tot autosnelwegen: elk type heeft z’n eigen regels en bijzonderheden. De wegcode probeert dat uit te leggen, maar vaak in taal die voor velen moeilijk te begrijpen is. Geen paniek: ik, Professor Wegcode, leg het je rustig en duidelijk uit. Zodat jij straks precies weet waar je rijdt en wat daar wel of niet mag. Stap in, dan verkennen we samen de Belgische wegen!
Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.
Wegen zijn aangelegd door mensen om gebieden met elkaar te verbinden. Ze maken het mogelijk om veilig en efficiënt te reizen, goederen te vervoeren en contacten te onderhouden. Zonder wegen zouden mensen geïsoleerd zijn en zouden handel en communicatie veel moeilijker verlopen.
Vaak leiden deze wegen naar plaatsen waar veel mensen wonen, werken of samenkomen, zoals dorpen en steden. Deze gebieden noemen we de bebouwde kom.
De bebouwde kom is een gebied, zoals een dorp of stad, waar de gebouwen dicht op elkaar staan. Daardoor is het verkeer er drukker en is de infrastructuur uitgebreider dan buiten de bebouwde kom.
Het begin en einde van de bebouwde kom worden aangegeven met deze verkeersborden:
Binnen en buiten de bebouwde kom kun je merken wanneer je een andere gemeente binnenrijdt. Dit verkeersbord verandert de verkeersregels niet, maar toont enkel in welke gemeente je je bevindt.
Goed gedaan! Je weet nu wat de bebouwde kom is, waarom de regels er strenger zijn en hoe je het begin en einde herkent aan de verkeersborden. In het volgende deel bekijken we de verschillende wegtypen en wat dit betekent voor het verkeer.
Een verharde weg heeft een asfalt-, beton- of kasseibedekking. Deze wegen zijn geschikt voor normaal verkeer van motorvoertuigen, fietsers en voetgangers en komen vaak voor in de bebouwde kom.
Een pad is een smalle openbare weg die vooral bedoeld is voor voetgangers. Enkel voertuigen die niet breder zijn dan de ruimte die voetgangers nodig hebben, mogen er gebruik van maken.
Een aardeweg is een openbare weg die breder is dan een pad, maar niet ingericht is voor algemeen voertuigenverkeer. Ook als hij bij de aansluiting op een andere weg op een rijbaan lijkt, blijft hij bedoeld voor beperkt verkeer.
Mooi! Je kent nu het verschil tussen een verharde weg, een pad en een aardeweg. Tijd om te leren waar deze wegen samenkomen: in het volgende deel ontdek je alles over kruispunten.
Een kruispunt is een plek waar twee of meer wegen samenkomen.
Ook een oprit die aansluit op de hoofdrijbaan van een autosnelweg wordt beschouwd als een kruispunt.
Een rotonde is een openbare weg met eenrichtingsverkeer rond een middeneiland.
Een rotonde wordt aangeduid met verkeersbord D5. Aan de ingang staat verkeersbord B1 (voorrang verlenen).
Een plein is een open ruimte waar een of meerdere openbare wegen op uitkomen. Het plein zelf is ook een openbare weg, maar verschilt van de wegen die erop uitkomen.
Prima! Je weet nu wat een kruispunt, rotonde en plein is en hoe ze worden aangeduid. In het volgende deel bekijken we zones waar voetgangers centraal staan en welke regels daar gelden.
Een erf is een zone die zo is ingericht dat wonen, spelen en verblijven gecombineerd worden met beperkt verkeer.
Het begin en het einde worden met deze verkeersborden aangegeven:
Een voetgangerszone is een gebied in een stad of dorp dat vooral bedoeld is om te wandelen. Winkels, horeca en ontmoeting staan hier centraal.
Het begin en het einde worden met deze verkeersborden aangegeven:
Een speelstraat is een tijdelijke verkeersvrije straat die bewoners aanvragen zodat kinderen veilig buiten kunnen spelen. Dit gebeurt meestal op vaste momenten, zoals tijdens schoolvakanties of weekends.
Een schoolstraat is een straat bij een school die tijdens het begin en het einde van de schooldag tijdelijk wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Zo wordt de veiligheid van kinderen en ouders verhoogd.
Ik daag je uit, leerling-bestuurder: wie mag de volledige breedte van de openbare weg gebruiken in een erf?
Sterk! Je kent nu de regels van het erf, de voetgangerszone, de speelstraat en de schoolstraat. Nu gaan we verder met voorbehouden wegen en wie daar wel of niet mag rijden.
Een voorbehouden weg is een weg die enkel toegankelijk is voor de weggebruikers die op het verkeersbord zijn aangeduid.
Het begin en het einde worden met deze verkeersborden aangegeven. Als een landbouwtractor op het bord staat, mogen auto's er ook rijden.
Goed bezig! Je weet nu wat een voorbehouden weg is en welke verkeersborden dit aangeven. In het volgende deel leer je alles over de fietszone en de bijzondere regels die daar gelden.
Een fietszone is een deel van de openbare weg waar fietsers centraal staan. Auto’s zijn er toegelaten, maar moeten zich aanpassen aan de snelheid en het gedrag van fietsers.
Het begin en het einde worden met deze verkeersborden aangegeven:
Proficiat! Je hebt nu geleerd wat de bebouwde kom is, welke wegtypen er bestaan en hoe kruispunten en verschillende zones zijn opgebouwd. Je weet waar voetgangers en fietsers voorrang hebben en welke verkeersborden daarbij horen. Kortom: je bent klaar om de belangrijkste regels over soorten openbare wegen correct toe te passen op je theorie-examen Rijbewijs B!
Klaar om verder te gaan met je theorie-examen Rijbewijs B? Je kunt naar de volgende of vorige les gaan om nog meer over de wegcode te leren. Voel je avontuurlijk? Test dan je kennis met de toets van dit hoofdstuk of duik meteen in het proefexamen om te zien hoe goed je al bent voorbereid.