Leestijd: ±9 min
Oooooh, wist je dat verkeerslichten eigenlijk elke dag het spelletje ‘Red Light, Green Light’ spelen? Ze zeggen: “Stop!” als het rood is, “Voorzichtig, bijna rood!” bij oranje, en “Ga!” als het groen wordt. Net zoals bij het kinderspel dat je als kind al speelde, bepalen verkeerslichten wie mag rijden en wie moet wachten. In dit deel leer je precies wat elk licht betekent en hoe speciale lichten voor fietsers, voetgangers en trams werken. Want wie de baas is in het lichtspel, rijdt vlotter en veiliger door elk kruispunt.
Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.
Voordat we diep in verkeerslichten duiken, laten we eens kijken waar ze vandaan komen. Als je begrijpt waarom een regel bestaat, onthoud je hem veel beter. Klaar? Laten we beginnen!
Stel je voor: Londen, 1868. Het verkeer rond het Britse parlement is een chaos van paarden, koetsen en voetgangers. Botsingen en ongelukken gebeuren vaak. Toen werd het allereerste verkeerslicht geïntroduceerd. Dit simpele licht hielp bestuurders beslissen wanneer ze konden rijden en wanneer ze moesten stoppen.
In 1914 in Cleveland, VS, kreeg het verkeerslicht een moderne twist: rood en groen licht. Bestuurders wisten nu wanneer ze moesten stoppen of doorrijden. Maar een probleem bleef: wat doe je als het licht net van groen naar rood wisselt?
In 1920 werd daarom het oranje licht toegevoegd: een waarschuwing om je snelheid aan te passen en veilig te stoppen.
Onthoud:
Verkeerslichten regelen het verkeer bij drukke kruispunten en op plaatsen met verschillende soorten weggebruikers. Ze zorgen voor veiligheid en vloeiend verkeer. Denk altijd: elk licht heeft een reden.
Nu je weet waar verkeerslichten vandaan komen, gaan we kijken welke verkeerslichten voor jou gelden en wat de kleuren precies betekenen.
Je moet altijd de verkeerslichten volgen die:
Wat de kleuren betekenen:
Tip:
Als je twijfelt of je bij een vast oranje licht nog kan stoppen, vraag jezelf altijd af: kan ik nog voor de lijn tot stilstand komen?
Wanneer je stopt voor een rood verkeerslicht, moet je achter de stopstreep blijven. Je mag niet stoppen op het opstelvak dat is voorbehouden aan fietsers en bromfietsers klasse A.
Een oranje-geel knipperlicht kondigt een potentieel gevaar aan. Het kan op verschillende manieren voorkomen:
Het knipperlicht waarschuwt voor overstekende voetgangers (voorrang) of fietsers (geen voorrang).
Dit licht verschijnt op kruispunten wanneer het volledige verkeerssysteem niet werkt.
Dit licht bevindt zich bij voetgangersoversteekplaatsen. Voetgangers hebben geen voorrang en moeten op de knop drukken om het licht te laten veranderen.
Voorrangsregels en verkeersborden blijven gelden bij een oranje knipperlicht. Enkel voorrangsborden worden met oranje knipperlichten gecombineerd.
Onthoud:
Een oranje knipperlicht is geen bevel om te stoppen, maar een teken om op te passen en de verkeersregels te blijven volgen.
Super! Je weet nu wat de kleuren van driekleurige verkeerslichten betekenen. We gaan kijken naar pijlen op verkeerslichten en leren welke richting je veilig mag volgen!
Pijlvormige verkeerslichten vervangen of vullen de cirkelvormige verkeerslichten aan. Ze betekenen hetzelfde, maar alleen in de richting van de pijl:
Veel gemaakte fout:
Veel mensen weten niet dat als ze een groen pijl hebben, ze geen voorrang moeten geven aan: fietsers op het fietspad en voetgangers die willen of aan het oversteken zijn.
Een groene pijl naar links, apart geplaatst bij het verlaten van een kruispunt, betekent: het tegenliggende verkeer op de weg waar je van afslaat, krijgt rood licht. Zo kan jij veilig en makkelijk het kruispunt verlaten.
Ik daag je uit, leerling-bestuurder: moet je voorrang verlenen aan andere weggebruikers wanneer je afslaat nadat het verkeerslicht groen wordt?
Super! Nu weet je alles over pijlen op verkeerslichten. Volgende stap: spitsstroken! Zo leer je wanneer je wel of niet op een spitsstrook mag rijden.
Verkeerslichten boven de spitsstrook hebben de volgende betekenis :
Rijden is verboden op de spitsstrook, behalve om de autosnelweg op te rijden of te verlaten.
Rijden is toegestaan op de spitsstrook.
Rijden is verboden, behalve om de spitsstrook te verlaten in de richting van de pijl.
Geweldig! Je weet nu hoe de lichten boven de spitsstrook werkt. Nu gaan we kijken naar fietslichten en hoe deze speciaal gelden voor fietsers en bromfietsers.
Wanneer het verkeerslicht een fietssilhouet laat zien, geldt dit alleen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen. Voor hen is dit licht belangrijker dan de gewone driekleurige verkeerslichten, dus ze moeten zich aan het fietssilhouet houden.
Als het groene, oranje-geel of rode fietssilhouet omgeven is door pijlen, geldt het licht voor alle richtingen tegelijk voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.
Wanneer er een oranje-geel knipperlicht met fietssilhouet en pijl brandt tegelijk met rood of oranje-geel, mogen fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen alleen in de richting van de pijl rijden. Ze moeten wel eerst voorrang geven aan voetgangers en verkeer uit andere richtingen.
Super gedaan! Nu ken je ook de fietslichten. Klaar om te leren over bijzondere overrijdbare beddingen, speciaal voor bussen, trams en soms andere voertuigen.
Bestuurders die de bijzondere overrijdbare bedding gebruiken, zoals bussen, trams, fietsers en andere toegelaten weggebruikers, moeten letten op speciale verkeerslichten in de vorm van balken, cirkels en driehoeken, wit op zwarte achtergrond. Ze betekenen het volgende:
Top! Je weet nu hoe bijzondere overrijdbare beddingen werken. Als laatste leren we alles over overwegen, zodat je veilig een spoorwegovergang kunt oversteken.
Niet elke overweg heeft verkeerslichten of slagbomen. Als er geen verkeerslichten zijn, of als ze niet werken, mag je de overweg alleen betreden nadat je hebt gecontroleerd of er geen trein nadert. Je mag de overweg ook niet oversteken wanneer je een waarschuwingsgeluid hoort.
Twee rode lichten die om de beurt knipperen betekenen: stop! Je mag de stopstreep of, als die er niet is, het verkeerslicht zelf niet voorbijrijden.
Een wit knipperlicht betekent dat je het signaal mag voorbijrijden of -gaan.
Let op:
Een overweg is een gevaarlijke plek. Als jij hier een fout antwoord geeft tijdens je examen, verlies je 5 punten. Let goed op!
Proficiat! Je hebt nu geleerd hoe driekleurige verkeerslichten, pijlen, fietslichten en spitsstroken werken. Je weet wanneer je moet stoppen, wanneer je voorrang moet geven en hoe je veilig een overweg oversteekt. Kortom: je bent klaar om de belangrijkste verkeerslichtenregels op je examen toe te passen!
Klaar om verder te gaan met je theorie-examen Rijbewijs B? Je kunt naar de volgende of vorige les gaan om nog meer over de wegcode te leren. Voel je avontuurlijk? Test dan je kennis met de toets van dit hoofdstuk of duik meteen in het proefexamen om te zien hoe goed je al bent voorbereid.