Leestijd: ±6 min
Oooooh, wie heeft het voor het zeggen op de weg? In het verkeer zijn er verschillende “verkeersbazen” die bepalen wat jij moet doen: bevoegde personen, verkeerslichten en verkeersborden. Maar wie heeft eigenlijk voorrang als meerdere signalen tegelijk aanwezig zijn? En moet je soms stoppen, zelfs wanneer het licht op groen staat? In deze bocht ontdek je de volgorde van gezag binnen de wegcode en leer je precies wie het verkeer mag regelen. Want als iedereen de juiste bevelen volgt, blijft het verkeer veilig en overzichtelijk. Tijd om deze verkeersbazen eens goed te leren kennen!
Raadpleeg de officiële Belgische wegcode (3 juni 2024) op wegcode.be.
De verkeersregels zijn gerangschikt op volgorde van belangrijkheid, van minst naar meest belangrijk. Dit betekent dat sommige regels voorrang hebben boven andere.
De regel van voorrang aan rechts geldt altijd, behalve wanneer verkeersborden, verkeerslichten of een bevoegd persoon iets anders aangeven.
Verkeersborden gaan altijd voor de regel van voorrang aan rechts.
Verkeerslichten hebben meer prioriteit dan zowel verkeersborden als de voorrang aan rechts regel.
Bij een oranje knipperlicht zijn de verkeerslichten buiten werking, maar blijven voorrangsborden en bord B22 wel gelden.
Let op:
Wanneer een prioritair voertuig met sirene en blauw licht nadert, moet je de doorgang vrijmaken. Dit kan betekenen dat je tijdelijk een verkeerslicht, verkeersbord of een voorrangsregel moet negeren om het voertuig door te laten gaan.
![]()
Bevelen van bevoegde personen hebben de hoogste prioriteit en moet je altijd onmiddellijk opvolgen.
Ik daag je uit, : geldt de voorrang aan rechts regel bij een oranje knipperlicht?
Eerste stap afgerond. Laten we doorgaan.
De wegcode bepaalt duidelijk wie bevoegd is om het verkeer te regelen, met een belangrijk verschil tussen de politie en andere bevoegde personen.
Deze personen mogen toezicht houden alleen binnen hun specifieke taak of situatie.
FOD Mobiliteit-inspecteurs, douane, veldwachters, militaire politie, brandweer, civiele bescherming, spoorwegveiligheidspersoneel
| Bevoegdheid | Mogen doen | Mogen niet doen |
|---|---|---|
| Douane | Controle van gewone auto’s | Algemeen verkeer regelen zoals de politie, boetes buiten bevoegd domein, bevelen boven verkeersborden/verkeerslichten (tenzij wettelijk toegestaan) |
| Veldwachters | Voertuigen controleren op landbouw- of boswegen | |
| Brandweer / Civiele Bescherming | Voertuigen tijdelijk laten stoppen of omleiden bij interventies | |
| Spoorwegveiligheid | Voertuigen tegenhouden bij spoorwegovergangen indien bord dat voorschrijft |
Stap twee voltooid. Laten we doorgaan.
Verkeer voor en achter de agent moet stoppen.
Verkeer links en rechts van de agent mag doorrijden of doorlopen.
Bestuurders naar wie het licht is gericht, moeten stoppen.
Bestuurders moeten vertragen.
Bestuurders moeten versnellen.
Een fluitsignaal is geen bevel, maar dient om aandacht te trekken; het echte bevel volgt daarna.
Prima werk. Laten we doorgaan.
Signaalgevers mogen het verkeer tijdelijk stilleggen of omleiden om de veiligheid van groepen te garanderen, maar niet op plaatsen met verkeerslichten, autosnelwegen of autowegen.
Signaalgevers begeleiden groepen bij evenementen of tochten, zoals:
Ze dragen een retroreflecterend veiligheidsvest met het opschrift “signaalgever” en gebruiken een bord C3 of rood licht om het verkeer te waarschuwen.
Groepen van 15 of meer fietsers mogen begeleid worden door minstens één signaalgever en mogen het verkeer stilleggen indien nodig.
Groepen van 10 of meer ruiters mogen begeleid worden door minstens één signaalgever en mogen het verkeer stilleggen indien nodig.
Super!
Een stap dichter bij het theorie-examen.
Er liggen nog heel wat verkeersavonturen op je te wachten!
Klaar om verder te gaan met je theorie-examen?